s  M  L
 


Blog

Een blog is geschreven door een zorgverlener die betrokken is bij het Bijniernetwerk. Hier vindt u een nieuw blogbericht van Prof. dr. Harm Haak over zijn kennis en ervaring als internist/endocrinoloog.

Harm Haak, internist – endocrinoloog en verbonden aan het Máxima Medisch Centrum Eindhoven/Veldhoven. Hij is coördinator van het Bijniernetwerk Nederland (www.bijniernetwerk.nl), een stichting met doel de zorg voor en de kennis over bijnierschorscarcinoom te verbeteren.  Hij is tevens lid van het Algemeen bestuur van BijnierNET.

 

Help, heb ik bijnierkanker?

 

Mevrouw A. 50 jaar, heeft pijn links in de buik. Er wordt aan een ontsteking van de darm gedacht, waarop een CT scan van de buik wordt gemaakt. Gelukkig valt het met de darm mee. Er wordt echter een tumor in de bijnier rechts ontdekt. Help, denkt mevrouw A, heb ik nu bijnierkanker?

 

Een bij toeval ontdekte tumor in de bijnier, ook wel incidentaloom genoemd, komt steeds vaker voor. Met het toenemen van CT en MRI onderzoek, zie ook blog van Olaf Dekkers 7 april 2016, wordt nogal eens een incidentaloom gevonden. De kans hierop is wel in tot 7% van de onderzoeken van de buik beschreven. De meeste mensen waar zo’n incidentaloom wordt gevonden hebben gelukkig geen kanker. Die kans om kanker van de bijnier te hebben is namelijk niet groot. Slechts ongeveer 1 op de 1 miljoen mensen in Nederland krijgen bijnierschorskanker. Kanker van het bijniermerg (maligne feochromocytoom) is ongeveer even zeldzaam.

Bij een incidentaloom van de bijnier zijn er twee vragen van belang zijn: 1/ is er hormonale overproductie van de bijnier? en 2/ is er kanker van de bijnier?

 

Bij mevrouw A werd hormonaal onderzoek gedaan naar de bijnierschors- en bijniermergfunctie. Er werd geen overproductie van hormonen vastgesteld, dus geen syndroom van Cushing, geen syndroom van Conn en geen feochromocytoom. Met een aanvullende CT scan werd de bijnier onderzocht. De kenmerken waren op die scan zodanig dat een bijnierschorskanker niet kon worden uitgesloten. Er waren geen aanwijzingen voor uitzaaiingen of voor een andere tumor elders in het lichaam. Omdat bijnierschorskanker niet kon worden uitgesloten werd na overleg in het bijnierteam van ons ziekenhuis besloten de tumor operatief te verwijderen.

 

Bijnierschorskanker is een zeldzame ziekte met een slechte prognose. De helft van de mensen met bijnierschorskanker overlijdt binnen 17 maanden.1 De enige kans op genezing is door een volledige verwijdering van de tumor bij de (eerste) operatie. Onderzoek heeft aangetoond dat de kans op langer leven door die operatie voor bijnierschorskanker in een centrum van het Bijniernetwerk Nederland, (de 8 Universitaire Ziekenhuizen en het MMC in Eindhoven/Veldhoven), belangrijk groter is vergeleken met een operatie in een ander ziekenhuis.2,3  De reden voor die betere prognose ligt in de behandeling in een team met in bijnierkanker ervaren specialisten: endocrinoloog, chirurg, oncoloog, patholoog en radioloog. Het risico bij die operatie is om de tumor (microscopisch) niet volledig te verwijderen. De noodzaak voor aanvullende behandelingen bij ook een ogenschijnlijk volledige verwijdering van de tumor bestaat in een meerderheid van de patiënten. Het team van specialisten zal voor en na die operatie het behandelplan maken.

 

Mevrouw A. werd succesvol geopereerd. Onderzoek van de tumor toonde inderdaad kanker in de bijnierschors aan. Vanwege de kenmerken bij het onderzoek van de patholoog werd een aanvullende behandeling voor 2 jaar ingesteld met het geneesmiddel mitotaan.

 

Bijnierkanker is zo zeldzaam dat behandeling altijd in een centrum met de meest ervaren specialisten moet plaatsvinden.

 

1Kerkhofs et al. European Journal of Cancer

2 Hermsen et al. Surgery 2012; 152: 50-56

3Kerkhofs et al. European Journal of Endocrinology 2013; 169: 83-89

Prof.dr.H.R.Haak